VK en justitie


Hulpverlening vanuit een VK

Het VK werkt voornamelijk met intrafamiliale vormen van kindermishandeling. In situaties waarin volwassenen een vertrouwenspersoon zijn en/of een machtspositie hebben naar kinderen toe en deze misbruiken, kan het VK ook begeleiden en/of advies geven. Dit kan bijvoorbeeld gaan over mishandeling of misbruik door een leerkracht.

Een combinatie van een onderzoek binnen het VK en een onderzoek binnen justitie is niet mogelijk.

De VK's kunnen reeds aan de slag met vermoedens en bezorgdheden. Alle hulpverleners die het kind en/of gezin volgen, kunnen betrokken worden. Er wordt indien nodig verwezen naar therapie en/of begeleiding voor herstel of om andere problemen ten gevolge van de mishandeling te behandelen.

Samen met andere betrokken hulpverleners gaat het VK op zoek naar hoe kindermishandeling het best kan aangepakt worden in een bepaalde situatie. Het kind staat steeds centraal en wordt gezien als meest kwetsbare partij in het gezin.

Het doel van de tussenkomst van een VK is de kindermishandeling te voorkomen of te stoppen en om te buigen tot een veiligere leefwereld voor de minderjarige én de andere gezinsleden. Het VK probeert dit te doen op vrijwillige basis, wat echter niet gelijk is aan vrijblijvend.
De bestraffing van de dader is geen doel op zich, daarvoor moet naar justitie verwezen worden. Dit kan alleen wanneer er voor het kind onvoldoende veiligheid kan gegarandeerd worden. Alleen justitie kan begeleidingsmaatregelen opleggen.

De hulpverleners binnen het VK zijn gebonden door het beroepsgeheim (artikel 458 Strafwetboek). Wanneer de veiligheid van het kind niet kan worden gegarandeerd en als afspraken binnen vrijwilligheid niet mogelijk zijn, kunnen de hulpverleners van het VK hun beroepsgeheim doorbreken (artikel 458 bis Strafwetboek) en de tussenkomst vragen van justitie. Er moet dan aangetoond worden dat er voor het kind een ernstig en dreigend acuut gevaar bestaat.

Kindermishandeling juridisch omschreven

Extrafamiliale kindermishandeling wordt eerder doorverwezen naar justitie, maar ook intrafamiliale kindermishandeling kan door justitie worden bekeken en opgevolgd.

Bij justitie staat kindermishandeling omschreven zoals bepaald in het Strafwetboek. Daarin worden volgende zaken als strafbaar aangeduid: slagen en verwondingen, ondervoeding, het in gevaar brengen van de gezondheid, het verminken van de genitaliën, het verlaten van de minderjarige, aanranding van de eerbaarheid, verkrachting en aanzetten tot ontucht.
De Strafwet spreekt voorlopig nog niet van emotionele verwaarlozing of mishandeling.

Justitie heeft een dubbele werking. Enerzijds kunnen zij kinderen/jongeren beschermen, anderzijds kunnen zij daders bestraffen. Dit allemaal binnen de gedwongen hulpverlening.
Het parket kan beslissen om vrijwillige hulpverlening alsnog mogelijk te maken of om aan de jeugdrechter een beschermingsmaatregel te vragen. De jeugdrechter kan, indien nodig, de minderjarige tijdelijk onderbrengen bij een vertrouwenspersoon, een pleeggezin of in een instelling.

De parketmagistraat moet bewijzen kunnen verzamelen om een dader door te verwijzen naar de rechter. De rechter beslist dan of er voldoende bewijzen zijn om een straf uit te spreken.
Vervolging van de dader betekent niet noodzakelijk dat er hulpverlening komt voor het gezin of het slachtoffer.
Wanneer er onvoldoende bewijzen gevonden worden, betekent dat niet dat er geen kindermishandeling geweest is. De parketmagistraat kan altijd beschermingsmaatregelen nemen voor de minderjarige.

Het gerecht kan mensen verhoren in het kader van een klacht, onderzoeksdaden stellen, iemand in voorhechtenis plaatsen … Hulpverleners hebben geen mandaat om een buurtonderzoek of een huiszoeking te doen, een bezoekregeling op te schorten …