Werking


Het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling is een gemandateerde voorziening met 2 kernopdrachten:

  • Het aanbod binnen de probleemgebonden hulp
  • Het onderzoek 'maatschappelijke noodzaak'

 

1 - Probleemgebonden hulp

De probleemgebonden hulp omvat de bestaande opdracht van het VK om ieder aangemeld vermoeden van kindermishandeling te onderzoeken, te adviseren en/of te begeleiden.

Enkel hulpverleners kunnen rechtstreeks contact opnemen met het VK.
Burgers worden sinds 1 maart 2014 doorverwezen naar 1712.

Het kan dat je als hulpverlener inschat dat een bepaalde situatie binnen de probleemgebonden hulp van een VK moet worden onderzocht en daarom burgers rechtstreeks wil doorverwijzen. Dit kan, maar dan vragen we om eerst zelf contact op te nemen met het VK om de situatie te bespreken.

2 - Het onderzoek maatschappelijke noodzaak.

Met de start van de Integrale jeughulp kreeg het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling ook de opdracht om het onderzoek maatschappelijke noodzaak te doen, parallel met de Ondersteuningcentra Jeugdzorg.

De gemandateerde voorzieningen hebben hierin vier taken:

  • Advies geven aan hulpverleners (consult);
  • Onderzoeken en beslissen of hulpverlening maatschappelijk noodzakelijk is voor de veiligheid of ontwikkeling van een minderjarige, ook als de ouders en/of kinderen dat niet zien zitten;
  • Hulpverlening opstarten of lopende hulpverlening mee opvolgen;
  • Doorverwijzen naar het Parket als gerechtelijke jeugdhulp nodig is.


Wanneer en hoe aanmelden?

Wanneer je als hulpverlener bezorgd bent om een kind of jongere probeer je zo veel mogelijk te zoeken naar oplossingen binnen de vrijwillige hulpverlening. Soms lukt dit niet waardoor je met ouders niet tot een akkoord komt over de hulp die volgens jou als hulpverlener nodig is.

Op dit moment kan je als hulpverlener een aanmelding doen bij een gemandateerde voorziening. Dit gebeurt via een motivatie document (M-doc).
Een M-doc moet voldoen aan de volgende ontvankelijkheidscriteria:

  • Er moet een voorstel geweest zijn tot opstart van de nodige hulp;
  • Ouders moeten geïnformeerd zijn over de aanmelding bij de gemandateerde voorziening;
  • De aanmelding bij de gemandateerde voorziening moet gedragen worden door het team van de aanmelder;
  • Het M-doc moet de nodige gegevens van het kind/de jongere en zijn gezin bevatten.


Per kind/jongere wordt één M-doc opgemaakt.

Na ontvangst en het ontvankelijk verklaren van het M-doc start de gemandateerde voorziening het onderzoek.
Er wordt bekeken of er nood is aan hulp en of die nodige hulp vrijwillig kan opgestart worden. Zoniet kan de situatie aan het Parket worden doorgegeven.